Op PAd voor de PArticipatiepenning in Veen

Geborgenheid, gezelligheid en gastvrijheid: dit is de keukentafel van familie Bok in Veen!

Op een zonnige donderdagochtend stappen we het erf op bij de familie Bok aan de Grotestraat in Veen. We worden al snel enthousiast begroet door Marian Bok. We starten met een rondleiding in de prachtig verbouwde boerderij, die onderdak biedt aan het gezin Bok aangevuld met kinderen die al dan niet tijdelijk niet bij hun eigen familie kunnen wonen.

De boerderij dateert uit 1860 en bestond eerder uit een huis met aangebouwde schuren. De verbouwing, inmiddels vijf jaar geleden, was een hele klus, maar het resultaat is meer dan geslaagd. Anno 2018 is het een prachtige ruime woning met een mooie centrale open ruimte die licht, warmte en rust uitstraalt. Belangrijke factoren zodat iedereen zijn of haar plekje er kan vinden. De jeugd heeft boven een aparte afdeling met voor ieder kind een eigen kamer. Tijdens de rondleiding worden we op de voet gevolgd door de gezinshond. In de tuin springen konijntjes rond in een mooi omheind grasveld. Wellicht zullen er over tijdje ook wat kippen rondscharrelen op het erf.

Wat doe je en waarom?
Aan de keukentafel vertelt Marian dat ze als jong meisje er al van droomde om later in deze boerderij een kindertehuis te starten. Ze woonde zelf een paar huizen verderop. Net als haar latere echtgenoot Wim. Een grote droom is werkelijkheid geworden in de vorm van het gezinshuis.
Wim en Marian bieden samen met hun gezin plaats aan kinderen die op zoek zijn naar een vervangende gezinssituatie. In de aangrenzende verbouwde schuur zijn twee mooie woonruimtes gemaakt voor begeleid wonen voor jongeren, volwassenen en/of (tiener)ouders.
Marian die een opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening afrondde, wist tijdens een stage in een therapeutisch gezinshuis zeker dat ze dit later ook zelf wilde bieden.

Na haar studie werkte ze eerst op een leefgroep voor jongeren en daarna gaf ze VT-trainingen.
VT staat voor Voorkoming Thuisloosheid en VerTrektraining. ‘Bij zo’n ambulante training wordt tijdens de eerste twaalf weken van het verblijf een intensief traject aangeboden’, vertelt Marian.
‘Er wordt gewerkt aan doelen die liggen op het gebied van wonen, scholing , werk, vrije tijd en hoe je omgaat met geld. Het is geweldig om te zien hoe jonge mensen opbloeien tijdens zo’n training en je ze echt op weg kunt helpen in het leven.’
Het persoonlijke contact met de jonge mensen maakte dat het idee om een gezinshuis te starten, steeds dichterbij kwam. Na haar werk in de jeugdhulpverlening werkte Marian bij de reclassering in Rotterdam en later in Den Bosch.

Zo normaal mogelijk
Waar Marian enthousiast vertelt, vult Wim regelmatig aan. Of het ook zo gaat in de dagelijkse rolverdeling? ‘Jazeker,’ zegt Wim lachend. ‘Ik heb geen achtergrond in de zorg en kan daardoor wat meer afstand nemen, zodat er een mooie balans ontstaat. Bijvoorbeeld tijdens een lastig gesprek.’
Wat centraal staat in huize Bok is zorg bieden vanuit het hart, zo normaal mogelijk en zo specifiek als nodig. ‘Juist het ritme van het gewone gezinsleven biedt de kinderen een veilige basis waarin ze zich kunnen ontwikkelen’, vertelt Marian. ‘Ook onze eigen kinderen dragen hier aan bij. En niet te vergeten de mensen in het dorp. ’ It takes a village to raise a child, zo zegt een Afrikaans spreekwoord. Hier zie je in de praktijk hoe dat werkt!

Wat heb je nodig?
Marian en Wim: ‘We hopen dat in de nieuwe gemeente Altena de lijntjes tussen de zorgverleners en de gemeente kort blijven. Als je elkaar kent, kun je snel schakelen en doen wat nodig is voor een kind. Op basis van vertrouwen kun je zo de zorg bieden die iemand nodig heeft.’
De familie Bok nodigt mensen die belangstelling hebben van harte uit eens een kijkje te nemen in hun gezinshuis: ‘De deur staat altijd open en koffie is zo gezet!’

Tot slot: onze dank gaat uit naar Rieka Verbeek (ons kandidaat raadslid Progressief Altena uit Wijk en Aalburg). Zij attendeerde ons op dit bijzondere initiatief in haar dorp. ‘Hartverwarmend’, weet Rieka ons te vertellen. Wij kunnen dat alleen maar beamen.

Fenneke Snippe en Paula Jorritsma